Geluiden tekenen of boetseren

Laat de kinderen naar enkele geluiden luisteren. Dit kunnen omgevingsgeluiden zijn, geluiden die de kinderen zelf maken met voorwerpen uit de klas of voorwerpen die ze zelf meebrengen - het gaat hier niet om muziekinstrumenten, maar om dagdagelijkse voorwerpen waarmee je kan rollen, tikken, schuren, … om een geluid te maken.

Je kan ook de geluiden gebruiken van het project Geluidenatlas (hier kan je de 40 geluiden apart beluisteren) of fragmenten van Start To Listen.

Vraag de leerlingen om de geluiden te tekenen. Het is belangrijk dat ze niet de bron van het geluid proberen te tekenen, maar het geluid zelf:

  • Welke vorm heeft het geluid?
  • Welke kleur heeft het?
  • Is het dik of dun?
  • Probeer ook de plaats/richting/beweging van de geluiden weer te geven.
  • Kan je verschillende tekeningen combineren om zo een grafische partituur te maken?

Vraag de kinderen dat ze zich het geluid voorstellen als iets wat je kan voelen, betasten of aanraken en laat ze dat mentale object namaken met de klei en/of ander materiaal. Dit lijkt een abstracte oefening, maar laat iedereen verbeelden, knutselen en prutsen. Ze komen wel tot een resultaat.

Wanneer iedereen hun (klei)vorm klaar heeft, kunnen de kinderen elkaars werk gaan betasten. Probeer hen zo gedetailleerd mogelijk te laten omschrijven wat de gelijkenissen en verschillen zijn tussen de werkjes.